Typen met tien vingers: welke vinger hoort bij welke toets?
Typen met tien vingers draait om één idee: elke toets heeft een vaste vinger. Zodra je die verdeling kent en je vingers steeds naar dezelfde plek terugkeren, hoef je niet meer te kijken. In de lessen van KPC Typing kun je typen met tien vingers oefenen terwijl een handschema laat zien welke vinger aan de beurt is.
De basispositie: ASDF en JKL;
Alles begint op de middelste rij, ook wel de thuisrij genoemd. Op een QWERTY-toetsenbord liggen je vingers zo:
- Linkerhand: pink op A, ringvinger op S, middelvinger op D, wijsvinger op F.
- Rechterhand: wijsvinger op J, middelvinger op K, ringvinger op L, pink op de puntkomma.
- Duimen: rusten op de spatiebalk.
Op de F en de J zit een klein streepje of bultje. Daarmee vind je de beginpositie terug zonder te kijken. Leg er na elke beweging je wijsvingers weer op.
Welke vinger voor welke toets bij typen met tien vingers
Vanuit de thuisrij beweegt elke vinger recht omhoog en schuin omlaag binnen zijn eigen kolom:
- Linkerpink: Q, A, Z en de toetsen links daarvan, zoals Tab, Caps Lock en de linker Shift.
- Linkerringvinger: W, S, X.
- Linkermiddelvinger: E, D, C.
- Linkerwijsvinger: R, F, V en ook T, G, B.
- Rechterwijsvinger: Y, H, N en ook U, J, M.
- Rechtermiddelvinger: I, K en de komma.
- Rechterringvinger: O, L en de punt.
- Rechterpink: P, de puntkomma, de schuine streep, Enter, Backspace en de rechter Shift.
De wijsvingers hebben het drukst: zij bedienen elk twee kolommen. Daarom voelen letters als T, G, Y en H in het begin vaak onwennig.
Shift met de andere hand
Een veelgemaakte fout is altijd de linker Shift gebruiken. De regel bij blind typen is eenvoudig: typ je een letter met de linkerhand, druk dan Shift met de rechterpink, en andersom. Voor een hoofdletter A druk je dus de rechter Shift in. Op het schermtoetsenbord van KPC Typing (kpctyping.com) licht de juiste Shift-toets op, zodat je die gewoonte meteen goed aanleert.
Waarom vaste vingers sneller zijn
Het voelt in het begin trager om een "verre" vinger te gebruiken in plaats van de vinger die toevallig het dichtst bij is. Maar juist die vaste verdeling maakt het automatisch. Je hersenen hoeven niet meer te kiezen, je vingers weten het. Dat is het verschil tussen snel zoeken en echt blind typen.
Zo oefen je de vingerzetting
Begin met de middelste rij en voeg pas een nieuwe rij toe als de vorige goed zit. Dat is precies de opbouw van de cursus: dag 1 de middelste rij, dag 2 de bovenste en dag 3 de onderste. Hoe die dagen verder verlopen lees je in typelessen dag voor dag. Gebruik je een Belgisch toetsenbord? Lees dan eerst het stuk over toetsenbordindeling.
Leg je vingers op ASDF en JKL; en start met de eerste les: gratis typen met tien vingers leren.